30 januari 2020
Geplaatst door Admin

Een bonk van een kerel, sjekkie tussen de vingers, gehuld in een stevige jas met daarop het logo van de Prinsenstichting, loopt voor ons uit. Links en rechts wijst de tuinman ons op de verschillende bomen. 'De Amberboom is prachtig, het blad kleurt diep rood in de herfst.' Arnold kent het terrein goed.

In 1984 reed hij al op een trekker door het park. 'Ik werk hier zo lang, ik hoor bij de inventaris'. Toen hij in het Kwadijkerpark begon kon er van alles; het gebied was ruiger, er waren meer bomen. Hij had een trekker en een kettingzaag, er waren voetbalvelden, een boomgaard en kassen, het vuilnis werd opgehaald met paard en wagen. Sommige mensen snapten niet dat hij dit werk ging doen. 'Je hebt diploma's te over' zeiden ze, maar Arnold koos voor het werk waar hij plezier in had. 'Ik heb hier heerlijke jaren gehad. Ik heb lol in m'n leven'.

'Voor twee jongens hier, voor Raymond en Giel, ben ik een vaderfiguur geworden. Raymond neem ik wel eens mee op pad, dan gaan we naar draaiorgels kijken bij Perlee in Amsterdam bijvoorbeeld. Raymond is gek op orgels en ook op trekkers. In de zomer zijn we een paar dagen met een trekker en pipowagen door Drenthe getrokken. Dan kom je heel wat tractoren tegen.'

Binnenkort gaat Arnold met prepensioen. 'Dan ga ik fietsen.' Eerst door Zuid-Europa, daarna zoekt hij het verderop. Hij heeft altijd veel gereisd, meestal op de fiets. Deze zomer nog toerde hij drie weken door Canada. Op zijn vijfentwintigste trok hij door Zuid- en Midden-Amerika. 'Ik was in Guatemala toen er daar een burgeroorlog woedde. Ik kwam er niet om oorlog te zien, ik kwam voor het land. Het is één van de mooiste plekken die ik heb bezocht. Ik reisde op trekkers, in bussen en ik heb een stuk gelopen door de droge bedding van een rivier. De angst op de gezichten van de mensen zal ik niet snel vergeten.' Een andere keer fietste hij van zijn huis in De Rijp naar Kathmandu, Nepal. Met zestig kilo aan bepakking en water trok hij door het Himalayagebergte.  'Zoiets gaat het dit keer weer worden denk ik. En op de terugweg fiets ik langs de Prinsenstichting.'



Delen: