7 mei 2021
Geplaatst door dewi

Miranda Kaandorp en Gerard Cialdella zijn werkzaam als regiomanagers bij Prinsenstichting. Het werk in de zorg gaat dag en nacht door, 7 dagen per week. Hoe organiseer je het zo dat cliƫnten en medewerkers optimaal kunnen leven en werken? Hoe houd je iedereen gezond? Kaandorp: 'Daar werken we allemaal kneiterhard voor.'

  • Ons werk gaat over mensen

Regiomanagers
Cialdella en Kaandorp zijn als regiomanagers integraal verantwoordelijk over elk een eigen  regio binnen Prinsenstichting. Ze worden ondersteund door teams van facilitair-,  financieel- en human resource management en werken nauw samen met gedragsdeskundigen en artsen. Cialdella 'Als regiomanager draag ik de verantwoordelijkheid over 120 24-uurs bedden, 80 dagbestedingsplaatsen en ruim 200 medewerkers. Als regiomanager  leg je samen met je regioteam verantwoording af aan de directeur over de continuïteit en kwaliteit van de zorg en dienstenverlenging en alles wat daarmee samen hangt.' Hij vergelijkt zijn werk met het bouwen van een brug terwijl je er overheen loopt. 'Het gaat over continu aanpassen, over meebewegen in een veranderende situatie'. In een omgeving die voortdurend verandert is het belangrijk te werken vanuit een gedeelde visie. Kaandorp: 'We werken vanuit de basisprincipes van Gentle Teaching. Dat doen we op alle niveaus. Ik kan het vertalen naar de manier waarop we de nieuwbouw hebben ontwikkeld. We richtten ons op het creëren van een veilige omgeving die onze cliënten een gevoel van geborgenheid biedt, een gevoel onvoorwaardelijk daar mogen zijn.' Cialdella: ‘verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie is hierbij ons organiseerprincipe’ .

In gesprek met de bouw
Na oplevering van de eerste fase van de nieuwbouw, nu zo'n zes jaar geleden, waren de managers niet geheel tevreden over de indeling van de huizen. Cialdella: 'In de recent gebouwde nieuwbouw en in het eerste ontwerp van gebouw A waren de huiskamers aan de uiteinden van de woningen  gepositioneerd. Als je naar de woonkamer wilde liep je eerst langs alle slaapkamers. Voor de privacy van onze cliënten is dat niet goed. Ook waren de loopafstanden in het gebouw niet optimaal. Personeel is schaars en  je wilt dat medewerkers zo min mogelijk onnodige loopjes hebben. Hoe organiseer je dus looproutes? De architect van de tweede fase heeft daar op verzoek van de groepsleiding goed naar gekeken en is daarin geslaagd.'
 
De gebouwen die dit jaar zijn opgeleverd voldoen aan de wensen, mede dankzij de inspanningen van Cialdella en Kaandorp. Kaandorp: 'Dit keer zijn we begonnen met het schrijven van een programma van eisen, per doelgroep. Dat hebben we gedaan met medewerkers uit verschillende disciplines, verwanten, cliënten en managers. Met dat programma zijn we naar de projectontwikkelaar, architect en gemeente gegaan. Ik heb een presentatie gehouden aan de bouwbedrijven waarin ik vertelde wat voor onze doelgroep belangrijk is. Ik heb een cliënt meegenomen die zijn verhaal kon doen. Hij vertelde wat er gebeurt als het even misgaat in zijn hoofd. Ik heb foto's laten zien en  we hebben  mensen van het bouwbedrijf meegenomen naar de gebouwen die we in fase één hebben gebouwd. Het was voor hen voldoende om te begrijpen wat er anders moest bij de bouw van de tweede fase. Het was een heel mooie start.'

Cialdella en Kaandorp hebben er veel energie in gestoken de bouwers bewust te maken van het belang van bepaalde details. Kaandorp: 'Een deel van onze  doelgroep heeft bijvoorbeeld een andere prikkelverwerking en is zeer sensitief. Het geluid van een kachel die aanslaat doet meer met onze cliënt dan dat het met jou of mij doet. Anderzijds kunnen onze cliënten zelf juist heel heftig geluid produceren. Je wilt niet dat de buurman daar last van heeft en dus hebben we extra in geluidsisolatie geïnvesteerd. De materialen hebben we samen met de ontwikkelaar onderzocht op molestbestendigheid. Een aantal medewerkers en een cliënt hebben proefmuren getest om te kijken of ze er doorheen konden breken.' De vele gesprekken, het worstelen met details; uiteindelijk wierp het zijn vruchten af. Cialdella: 'We hebben veel complimenten gehad van verwanten, ook van kritische ouders, die zeggen: wat staan er een mooie, functionele, gebouwen. Dan knik ik en dan zeg ik: 'Ja, omdat we het samen gedaan hebben.''

Samen
In hun functie als manager komen Kaandorp en Cialdella regelmatig voor lastige keuzes te staan. Cialdella: 'Als ik nadenk over een goede oplossing voor een probleem of vraagstuk zoek ik partners. Ik vraag een collega manager of een gedragsdeskundige of iemand anders om mee te denken. Ik zeg dat ook tegen medewerkers: 'je doet het nooit alleen. Als je iets niet weet vraag je om hulp. Doe iets niet, als je niet weet wat je doet. Natuurlijk: soms stap je in het diepe en doe je iets omdat je moet handelen, maar probeer het zoveel mogelijk  samen te doen' Dat is ons werk. Het is belangrijk elkaar om hulp te vragen, want wat we doen heeft effect op de levens van mensen. Ons werk gaat over mensen.'
Een goede manager durft volgens Cialdella los te laten: 'Ik geef mensen mijn vertrouwen en ik gun mensen hun proces . Dingen mogen best een keer mis gaan, daar leren we van.' Kaandorp beaamt dat samenwerking een voortdurend proces is van geven en nemen. 'Gelukkig hebben we een goede ploeg, we vertrouwen elkaar, gunnen elkaar het succes en respecteren onze verschillen, want we hebben allemaal dezelfde stip op de horizon: excellente zorg leveren aan mensen met een verstandelijke beperking en een complexe zorgvraag. Daar werken we allemaal op onze eigen manier kneiterhard voor. Wij zijn een hele mooie organisatie.'



Delen: